|
| ADSL |
|
ADSL is de afkorting van Asymmetric Digital Subscriber Line (ook gekend als
Asymmetric Digital Subscriber Loop). Het is een standaard voor een digitale
technologie die snellere datacommunicatie over een telefoonlijn van koperdraad
toelaat. Daar de datasnelheid bij de ADSL-technologie hoger ligt dan met een
conventionele analoge modem noemen we dit ook wel een breedbandtechnologie. ADSL
laat toe om een breedbandverbinding tot stand te brengen tussen twee
telefoonaansluitingen via het bestaande PSTN- of ISDN-telefonienetwerk. Met ADSL
is de snelheid waarmee een internetgebruiker data kan ontvangen (downstream)
groter dan de snelheid waarmee diezelfde gebruiker data kan versturen (upstream).
Dit is dan ook de reden van het woord Asymmetrisch in de afkorting ADSL. Wie
data met dezelfde snelheid wil kunnen versturen en ontvangen moet de
SDSL-technologie gebruiken.
In België en Nederland kregen veel gezinnen aan het einde van de 20e eeuw
toegang tot het Internet via inbelverbindingen met de analoge modem of
ISDN-modem. Bij de opkomst van de breedbandtechnologie (xDSL-technologie) werd
het mogelijk met hetzelfde paar koperdraden dat voor analoge telefonie of ISDN
werd gebruikt, sneller internetverkeer te realiseren. De xDSL-technologie is een
succes omdat het wordt gesteund door de telefonie-operatoren, omdat deze hun
bestaande netwerk van koperkabels konden blijven behouden en snellere
datacommunicatie konden aanbieden door toevoeging van componenten die de
breedbandverbinding over de bestaande koperdraden tot stand kunnen brengen.
Kenmerken
ADSL is in tegenstelling tot SDSL een asymmetrische DSL-variant. Dit vanwege
zijn niet-symmetrische verdeling van de bandbreedte; voor upstream en downstream
zijn verschillende bandbreedtes beschikbaar (bijv. 128 kbit/s voor uploaden en 2
Mbit/s voor downloaden). De maximale upstream is 1 Mbit/s, de maximale
downstream 7,8 Mbit/s (vaak afgerond tot 8 Mbit/s). De afstand tot de
wijkcentrale is maximaal rond 8 km. Bij langere afstand neemt de snelheid af.
Snellere varianten van ADSL zijn VDSL en sinds kort ook ADSL2(+).
Functie
Een ADSL-verbinding biedt toegang tot een ATM-netwerk. Zoals ADSL normaal
geïmplementeerd is, maakt het ADSL-modem een verbinding met een DSLAM via het
ATM-netwerk van de telecomaanbieder aan de internetaanbieder. Over deze
ATM-verbinding wordt vervolgens TCP/IP-verkeer getunneld.
Splitter
Een telefoonsplitter voor ADSLEen reeds aanwezige telefoonlijn wordt door een
splitter in twee banden gesplitst: een voor de telefoongesprekken en een voor de
internetverbinding. De splitter heeft hiervoor ook twee uitgangen: een voor de
bestaande telefoonaansluiting (ISDN of PSTN) en een voor het ADSL-modem. Deze
splitter is noodzakelijk om onderlinge interferentie tussen het ADSL modem en de
telefoontoestellen te minimaliseren.
Modem
Een ADSL-modem is een toestel (of insteekkaart voor de computer) dat de
verbinding legt tussen de splitter en de computer. De belangrijkste soorten zijn
het USB-modem, het ethernet-modem en het PCI-insteekkaartmodem. De gebruikte
modulaties zijn anders dan bij traditionele telefoonmodems, maar het digitale
signaal wordt volgens dezelfde principes tot een analoog signaal gemoduleerd
alvorens het op de lijn wordt gezet.
Tegenwoordig wordt vaak een toestel gebruikt dat men kortweg "Router" noemt,
maar dat in feite een combinatie is van volgende onderdelen:
- ADSL-modem - Router (NAT-protocol)) - DHCP server - DNS-server
Hiermee kunnen er meerdere computers (in een thuisnetwerkje) op één ADSL
aansluiting van Internet voorzien worden.
Techniek
Een normaal analoog telefoonsignaal heeft een frequentiebereik van 300 tot 3100
hertz en kan daar met een modem ongeveer 33 kbit/s overheen sturen en maximaal
56 kbit/s ontvangen. De gebruikte kabel naar de centrale kan vaak veel hogere
frequenties aan, maar de demping is voor die frequenties niet gespecificeerd.
Ook is de demping variabel naar gelang de kwaliteit en lengte van de kabel en de
aanwezigheid van andere storingsbronnen (denk aan naastliggende aderparen). Het
is dus niet mogelijk van te voren te bepalen hoe een signaal gemoduleerd moet
worden om het hele bereik optimaal te benutten. ADSL verdeelt nu de
frequentieband van 25,875 kHz tot 1104 kHz in vele kleine bandjes van 4,3125
kHz, en bepaalt voor elk van die bandjes de kwaliteit van de overdracht. Voor de
te gebruiken transmissiesnelheid worden genoeg bandjes van voldoende kwaliteit
uitgekozen en apart gemoduleerd. Zonodig wordt er tussentijds van bandje
gewisseld als de omstandigheden dat vereisen. Ook kan het voorkomen dat er niet
genoeg bandjes van voldoende kwaliteit beschikbaar zijn; in dat geval kan de
gevraagde snelheid niet gehaald worden.
De splitter bestaat uit een relatief eenvoudig tweewegfilter dat de lage
frequenties naar de analoge telefoonlijn stuurt en de hoge frequenties naar het
ADSL-modem.
|
|
|